Solo tentoonstelling Peter Adams beelden

24 t/m 25 oktober 2020

Deelnemers

Peter Adams

Veel inwoners van Bladel en omgeving kennen Peter Adams (1959) vanuit zijn vroegere beroep. Tientallen jaren was hij de plaatselijke bakker. Toen al slaagde hij erin om vakmanschap en creativiteit te combineren. Brood en banket moeten niet alleen goed van kwaliteit zijn, ook moet je eraan kunnen ‘aflezen’ dat ze met passie gemaakt zijn. Deze kwaliteiten vormden een stevige basis toen Peter Adams zich – eerst naast zijn bakkersvak, later full time – ging richten op de wereld van de kunsten. Op het muzikale vlak ontwikkelde hij zich tot een verdienstelijk drummer en accordeonist. In de beeldende kunst reikte zijn groei nog veel verder. Peter Adams ontwikkelde zich tot professioneel beeldhouwer. 

Hij deed dat door aan de Academie voor Schone Kunsten in Arendonk (B) een zesjarige tekenopleiding te volgen, die hij vervolgde met een driejarige opleiding portret- en modeltekenen. Na deze tekenopleiding begon Peter Adams aan de studie beeldhouwen, eveneens aan de academie in Arendonk. Eerst vijf jaar klassiek boetseren en daarna een driejarige specialisatie figuratief boetseren. Hij studeerde cum laude af. Ook volgde hij diverse masterclasses. 

Wanneer iemand creativiteit van nature in zich draagt en daar vervolgens een jarenlange professionele opleiding aan toevoegt, dan kan het niet anders of dit leidt tot hoogstaande resultaten. Zo ook bij Peter Adams. Intimi waren daar al lang van overtuigd, maar bij de beeldhouwer zelf bleven daarover lange tijd twijfels bestaan. Met zijn eerste solotentoonstelling in het kerkje van Middelbeers is de Bladelnaar over een drempel gestapt. 

Wie de expositie bezoekt, zal beamen dat dit een verstandig besluit was. De kijker aanschouwt beelden die zeggingskracht hebben, soms ingetogen, soms uitbundig. Maar altijd met emoties die hem raken: passie of pijn, vreugd of verdriet, wilskracht of weemoed.

Adams weet dit tot stand te brengen door vast te houden aan de figuratie – daar liggen zijn kwaliteiten. Maar tevens door hier iets wezenlijks aan toe te voegen: beweging.  Wie de beelden bekijkt, ziet altijd vloeiende lijnen – van onder naar boven, draaiend, diagonaal, steeds weer richtingen die elkaar overnemen. Zo komen de beelden tot leven. Zo krijgen ze een ziel.